Nederlands (NL-BE)English (United Kingdom)
Goudseglazen in beeldSint Janskerk in Beeld Goudseglazen in beeld

Bouwgeschiedenis

Bouwgeschiedenis Sint-Janskerk (laat-gotische kruisbasiliek) 

De Sint-Janskerk werd in de dertiende eeuw (of eerder) gebouwd als hofkapel binnen het hofcomplex van de Heren van der Goude waarvan verder een woonhuis en een vluchtburg deel uitmaakten. De hofkapel was in baksteen opgetrokken en bestond uit één ruimte zonder zijbeuken. Deze kapel stond tussen de huidige toren en het punt waar de kerk tegenwoordig verbreedt. Van deze kapel is in de huidige kerk niets meer zichtbaar.
In 1278 kreeg de hofkapel de functie van parochiekerk.



Rond 1300 werd de kapel vergroot met twee zijbeuken. Van deze uitbreiding is één kapiteel bewaard. Dat kapiteel bevindt zich rechts van het orgel tegen de voorgevel van de noordelijke zijbeuk.



Rond 1350 werd de westtoren gebouwd. Van deze bouwfase zijn in de onderste geleding van de toren de grote bakstenen nog zichtbaar.



Rond 1390 bouwde men tegen de achterkant van de toenmalige kerk een groot driebeukig gotisch hallenkoor. Eind veertiende eeuw werd aan bisschop Frederik van Blankenheim toestemming gevraagd de oude kerk te mogen slopen vanwege bouwvalligheid. Het gaat hier om de oude hofkapel met de uitbreiding van 1300 die er nog steeds stond. In 1404 kwam de toestemming en de kapel werd vervangen door een driebeukig gotisch hallenschip. Deze kerk werd in 1413 gewijd.

In 1438 woedde een stadsbrand, maar de kerk kon vrij snel worden hersteld. De maat tussen twee zuilen was in die hallenkerk de helft van de huidige. Tussen alle huidige zuilen stond namelijk telkens nog een zuil. Je zou kunnen zeggen dat er een woud aan zuilen stond met spitse gotische bogen erboven.
Van deze hallenkerk resteren aan de buitenzijde nog delen van de gevels. Het onderste deel van de bakstenen gevels en de portalen in het noord- en zuidwestelijke deel van de kerk dateren namelijk van 1404.
Rond 1470 ontstond in de kerk weer ruimtegebrek vanwege het grote aantal altaren. Daarom werd de kerk vanaf 1475 uitgebreid met twee extra zijbeuken en een transept.



In 1485 werd dit gevolgd door de bouw van het huidige koor met omgang en een lichtbeuk.
Na de voltooiing van het koor besloot men om de buitenste, nog maar veertig jaar oude zijbeuken grootscheeps te verbouwen tot dwarskapellen met topgevels. Daarbij liet de bouwmeester tussen de binnenste en buitenste zijbeuken, telkens de tweede zuil vervallen. Daarmee ontstond tussen de oude zijbeuken en de dwarskapellen de huidige brede boogmaat.
Op 12 januari 1552 sloeg de bliksem in de toren en de kerk viel ten prooi aan een enorme brand. Van de kerk stond niet veel meer overeind. Bij het grootscheepse herstel verdubbelde bouwmeester Cornelis Frederickszn van der Goude ook in de andere delen van het schip de maat tussen de zuilen. Door de brede bogen is een bijzondere ruimtewerking ontstaan.

In 1590 startte men met de verhoging van het middenschip met sloopmateriaal van het Maria Magdalenaklooster. Toen werden de stedelijke glazen geplaatst. Door de verhoging van het schip was verhoging van de toren noodzakelijk geworden. Dat gebeurde kort na 1600.

In de zeventiende en achttiende eeuw werd vooral gewerkt aan de inrichting.
Gedurende vrijwel de hele twintigste eeuw werd de kerk gerestaureerd.

(Bron: Bianca vd Berg)

 

Glas van de maand

Nieuws

Draaiorgel in de Sint-Jan op Open Monumentendag

Toeristenconcerten SGO

Goudse Glazendag

Lees verder >>


Deze week ook

Maandag
20.15 uur Beiaardconcert

Woensdag
20.00 uur Woensdagavondconcert

Zaterdag
16.00 uur Zaterdagmiddagconcert

Lees verder >>

Column van de maand

Kosterlijke ontdekkingen
o