Slotconcert Nationale Orgeldag

12 september 16:00u
Entreebewijs Sint-Jan

Stadsorganist Gerben Budding, hoofdorgel

Uit het archief van Spaanderman

In 1893 werd J.H.B. Spaanderman (1864-1943) benoemd tot organist van de Grote of Sint-Janskerk te Gouda. Precies in dat jaar werd het hoofdorgel van de kerk gerestaureerd én geromantiseerd door orgelmaker Witte.

Naast zijn kerkelijke functie was Spaanderman een spil in het Goudse muziekleven.

Zo was hij muziekdocent en directeur van de Goudse muziekschool. Daarnaast dirigeerde hij enkele Goudse koren. Spaanderman was nauwelijks actief buiten Gouda. 

Uit zijn bladmuziekbibliotheek blijkt dat hij veel muziek van Rheinberger en Guilmant speelde. Daarnaast speelde hij de nodige transcripties, waarbij het operarepertoire niet werd geschuwd.

Ook bezat hij veel Sonates van Wilhelm Rudnick (1850–1927), maar deze partituren bevatten geen gebruikssporen.

Het incomplete archief van Spaanderman kwam via de Woerdense harmoniumrestaurateur Arie Schüller bij ondergetekende terecht. In overleg kreeg de bladmuziekbibliotheek een plaats in het kerkelijk archief van de Sint-Jan.

Er circuleert een markante foto van Spaanderman gezeten achter de klaviatuur van het Sintjans-orgel, waarbij hij een hoge hoed draagt. Op de lessenaar staat één van de Peters-banden van de orgelwerken van J.S. Bach. Deze Peters-banden zijn overigens niet aangetroffen in het incomplete archief.

Via één van de vrijwilligers van de Stichting Goudse Sint-Jan, dhr. Bert de Pater, vernam ik de anekdote dat Spaanderman een merkwaardig soort humor moet hebben gehad, getuige het verhaal dat hij eens het uitleidend orgelspel na de eredienst zou hebben laten verzorgen door een leerling, terwijl hij zich onder de zich naar buiten spoedende kerkgangers begaf met de woorden: ‘Hoor eens, wat speelt die Spaanderman toch mooi!’. Of dit zich daadwerkelijk heeft voorgedaan is helaas niet meer te controleren.

Bij de samenstelling van het programma heb ik bewust gekozen voor onbekendere en nog niet in het publieke domein verschenen muziek van Nederlandse tijdgenoten van Spaanderman. Daarnaast ging mijn voorkeur uit naar werken die door Spaanderman zijn voorzien van registratie-aanduidingen.

Met dit programma tracht ik inzichtelijk te maken welke orgelmuziek er op het snijvlak van de negentiende en twintigste eeuw in de Goudse Sint-Jan heeft geklonken en hoe het orgelgebruik van één van mijn voorgangers moet zijn geweest.

J.H.B. Spaanderman (1864-1943)
Melodie

Zijn Melodie is oorspronkelijk een compositie voor piano en opgenomen in een verzamelbundel met Nederlandse pianomuziek. Het sfeervolle werkje laat zich echter ook heel goed vertalen naar het orgel. Het is niet bekend of Spaanderman dit zelf ook deed.

Vooralsnog zijn er geen specifieke orgelwerken van Spaanderman bekend, ook geen schetsen van koraalbewerkingen. Zijn opvolger Henri C.J. de Man (1888-1945) hield zich hier nadrukkelijk wel mee bezig.

J.G. van Herwaarden (1879-1961)
Inleiding en Dubbelfuga in c-moll

Spaanderman kreeg van dit stuk een ‘Presentexemplaar van den componist’. De partituur heeft geen gebruikssporen en is dus zeer waarschijnlijk niet door hem gespeeld.

Van Herwaarden schrijft bij de fuga: ‘Naar aanleiding van het door H.H. Jury opgegeven thema als 4e of laatste proeve bij het vergelijkend examen voor organist van de Zuiderkerk te Rotterdam (18 oktober 1912). Het betreft een virtuoos, concertwaardig stuk met in de Fuga goede contrapuntische vondsten.

J. Wackenthaler (1795-1869)
Andante-cantabile, Op. 87

Het orkestraal gedachte stuk is afkomstig uit Journal des Organistes, Paraissant le 1er de chaque mois, par livraison de 12 pages. Elke eerste van de maand kregen abonnees van het tijdschrift Journal des Organistes een katern van precies 12 pagina’s met daarin nieuwe orgelwerken. Spaanderman was geen abonnee, maar kreeg deze editie als presentexemplaar van één van de componisten, de Frans georiënteerde Arnhemse componist A.H. Amory, die een stukje had geschreven voor deze editie.

Wackenthaler (nog geboren aan het einde van de 18e eeuw) was organist van de Kathedraal van Dijon. Het stuk bevat een door Spaanderman uitgewerkt registratievoorschrift voor het orgel van de Goudse Sint-Jan in de toenmalige staat. Niet alles is één of één te realiseren, vanwege de thans weer naar de situatie Lohmann terug gereconstrueerde dispositie.

Spaanderman tekende zijn registraties deels in met een blauw en rood potlood en deels met grijs potlood.

Hij vat het hoofdorgel, in feite een groot Witte-orgel met ouder pijpwerk, duidelijk op als een voluit negentiende-eeuws instrument waarbij probleemloos verdubbelingen in voetmaten kunnen worden toegepast.

De Vox Humana (door Spaanderman veel gebruikt, zo blijkt uit het archief) en de Echotrompet (op het pijpwerk door Witte Schalmei genoemd) spelen een belangrijke rol in het werk van Wackenthaler.

S. de Lange Jr. (1840-1911)
Uit: 6 Transcriptionen für die Orgel
Träumerei von R. Schumann

Het spelen van transcripties was in de negentiende onder organisten de normaalste zaak van de wereld. Samuel de Lange Jr. was één van de organisten die hier gaandeweg mee brak. Toch maakte hij een bundel met zes bewerkingen van pianomuziek. Spaanderman noteert bij de Träumerei, zoals vaker, een tijdsduur: 2, 5 minuut. Hij noteerde geen registratie, maar het voorschrift van De Lange was goed te realiseren op het Sintjans-orgel. In dit geval specifiek door de ten tijde van Spaanderman aanwezige Violon 8’ op het hoofdwerk.

M.A. Brands Buys (1840-1911)
Wilhelmus van Nassouwe, Op. 23

Marius A. Brandts Buys droeg zijn variaties over het ‘Niederländisches National-Lied’ op 19 februari 1870 op aan ‘Wilhelm III, König der Niederlande, Grossherzog von Luxemburg us.w.us.w’. Het betreft de melodie van het ‘oude’ Wilhelmus.

Gezien de aantekeningen in de partituur heeft Spaanderman het stuk in de Sint-Jan uitgevoerd. Het is opvallend dat hij nergens vingerzettingen of andere notities aanbrengt. Wel noteert hij een grofmazig registratieplan. Blijkbaar werkte hij samen met een registrant die aan een half woord genoeg had. Enkele voorbeelden: ‘Ped vol met kopp’, en ‘Boven labiaal + Echo, rechterkopp’. Opvallend is de notitie: ‘Ped gewoon’. Waarschijnlijk betreft dit beide zestienvoeten en de Prestant 8’: drie knoppen die zich onder elkaar bevinden in de linker pedaalrij.

M.J. van Uven (1878-1959)
Andante voor Orgel, Op. 5 Nr. 1

De in Gouda geboren en getogen Van Uven speelde een belangrijke rol in het Wageningse muziekleven. Hij droeg zijn Andante Op. 5/1 op aan ‘J.H.B. Spaanderman, Organist der Groote- of St.-Janskerk te Gouda’. Spaanderman ontving van hem een handgeschreven exemplaar. Spaanderman voorzag dit exemplaar van registratieaanduidingen als ‘Rugw. vol grondgel. boven dito’. De aanduiding ‘dito’ is karakteristiek voor Spaanderman.

J.W.F. Brandts Buys (1868-1933)
Nieuw Leven, Op. 4

Het betreft, geheel conform de titel, een levendig, uitgelaten, niet al te diepgravend stuk. De partituur bevat zowel aanwijzingen voor het Goudse orgel als voor twee andere orgels. Voor de Sint-Jan vallen de aanduidingen ‘Man vol, BK vol, RP Holpijp Fluittravers Prestant’ op. Ook worden de koppels driftig in- en uitgeschakeld tijdens het spelen, iets wat na de twintigste-eeuwse revisie van de mechaniek werd afgeraden. Aan het einde van het werk staat: pedaal vol + 32’. Dit betreft de in 1903 geplaatste (en in 1958-1960 helaas verwijderde) Bazuin 32’.

Gerben Budding, juli 2026

12 september 16:00u
Entreebewijs Sint-Jan

Andere events

Volledige agenda