Marijn Valk
Marijn Valk (Gouda, 2002) ontving op achtjarige leeftijd zijn eerste orgellessen van Gerrit Christiaan de Gier, bij wie hij gedurende ongeveer 10 jaar lessen volgde. Vanaf 2019 volgde hij orgellessen bij Gerben Budding, die hem ook voorbereidde op het conservatorium. Momenteel studeert hij hoofdvak orgel en bijvak klavecimbel bij Reitze Smits en Siebe Henstra aan het Utrechts Conservatorium. Marijn nam deel aan verschillende concoursen. In Midwolda (2020) en Leens (2021) behaalde hij de tweede prijs op het SGO (Stichting Groningen Orgelland) Orgelconcours.Sinds februari 2024 is hij dirigent van Vocaal ensemble ‘Lobet den Herrn’ uit Bodegraven.
koororgel:
Juan Cabanilles (1644-1712)
Pasacalles de 1° tono
Nicolaus Bruhns (1665-1697)
Nun komm, der Heiden Heiland (choralfantasie)
hoofdorgel:
Jan Welmers (1937-2022)
Passacaglia (1965)
Francisco Correa de Arauxo (1584-1654)
Segundo tiento de medio registro de tiple de dozeno tono
Max Reger (1873-1916)
Invokation (uit: Orgelsonate II d-moll)
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
An Wasserflüssen Babylon, BWV 653 (uit: Leipziger Choräle)
Valet will ich dir geben, BWV 736
We beginnen in Spanje met een (wellicht wat minder bekend) Spaans werk. Op het koororgel hoort u een zogenaamde Passacalles van Juan Cabanilles. Het werk is eigenlijk gebaseerd op een akkoordopeenvolging van vier maten waarop 26 variaties te horen zijn.
Met zijn Facultad orgánica neemt Correa de Arauxo een prominente plaats in onder de Iberische organisten. Hij geldt als een toonaangevende pionier van de instrumentale barokmuziek in Spanje. Van zijn hand klinkt op het hoofdorgel een tiento, waarin in de discant de prachtige cornet van het hoofdwerk te horen is.
Uit Duitsland zijn drie componisten vertegenwoordigd. Allereerst Nicolaus Bruhns, die op slechts 31-jarige leeftijd overleed en van wie vijf orgelwerken zijn overgeleverd. Zijn (wat mij betreft prachtige) choralfantasie over Nun komm, der Heiden Heiland bestaat uit vier delen, één voor elke koraalregel.
Het eerste deel is imitatief van opzet, de cantus firmus wordt begeleid door een vast contrapunt. De bewerking van de tweede regel is losser; de koraalmelodie wordt hier onversierd geciteerd in het pedaal, maar komt ook steeds terug in de bovenstemmen. Het derde deel krijgt, dankzij de 6/4-maat en een plaatselijk vijfstemmige zetting, een bijzonder feestelijk karakter. In het laatste deel keren elementen uit de eerste twee delen terug, waarna het werk wordt afgesloten met een toccata-achtige passage.
Van Johann Sebastian Bach klinken twee koraalbewerkingen: het ingetogen en technisch verfijnde An Wasserflüssen Babylon, waarin de versierde melodie in de tenor klinkt, en het levendige Valet will ich dir geben, geschreven in 24/16-maat.
Max Reger is vertegenwoordigd met een deel uit zijn tweede orgelsonate. Deze Invokation bevat zachte passages met lange melodische lijnen, maar ook een dramatische uitbarsting waarbij het orgel als het ware even van de muur komt. Het werk eindigt met een prachtige verstilde koraalharmonisatie.
Naast de passacaglia van Cabanilles klinkt ook een passacaglia uit de 20e eeuw: die van Jan Welmers, geschreven in 1965. Met dit werk zette hij een belangrijke stap richting de dodecafonie. De compositie is gebaseerd op een twaalftoonsreeks en bevat verrassende elementen.
Dit concert is onderdeel van de serie lunchconcerten in de zomer waarin we jong muzikaal talent een podium bieden in de Sint-Jan.