Martijn Pranger
De interesse voor muziek en het orgel begon bij Martijn Pranger al op vroege leeftijd. Op 11-jarige leeftijd ontving hij zijn eerste orgellessen. Sinds september 2025 studeert hij aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Hayo Boerema. Tijdens het lunchconcert speelt hij muziek van onder andere Buxtehude en Bach. Ook speelt hij een aantal eigen werken.
Koororgel:
Dietrich Buxtehude (1637-1707)
Präludium in D-dur, BuxWV 139
Martijn Pranger (*2003)
Improvisatie over het carillon van het Goudse stadhuis
Hoofdorgel:
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Pièce d’Orgue, BWV 572
Oskar Lindberg (1887-1955)
Gammal fäbodpsalm från Dalarna
Martijn Pranger (*2003)
Improvisatie over ‘O Christus die de zonne zijt’, Lied 239
Leif Kayser (1919-2001)
Uit ‘Kirkeruder’:
– Adagio
Jean Langlais (1907-1991)
Uit ‘Suite médiévale’:
– Acclamations
Toelichting
Het präludium in D-dur is een contrastrijk stuk. Virtuoze, improvisatorische passages worden afgewisseld met fugatische en rustige delen, typerend voor de Noord-Duitse barok. Dit komt de heldere klankkleuren van het koororgel zeer ten goede.
Daarna volgt een improvisatie over de uur melodie van het Goudse stadhuis. Sprankelende, levendige variaties op deze welbekende melodie, met een knipoog naar Ravel.
Op het hoofdorgel wordt begonnen met een van de bekendste orgelwerken uit het oeuvre van J.S. Bach: Pièce d’Orgue, ook wel bekend als de Fantasia in G-dur, bestaande uit drie delen: Très vitement, Gravement en Lentement.
Het eerste deel bestaat uit virtuoze, gebroken akkoorden, een overdonderende middendeel in Franse stijl, gespeeld op een groot plenum, het derde deel is wederom virtuoos en levendig.
Hierna volgt Gammal Fäbodpsalm från Dalarna van de Zweedse componist Oskar Lindberg. Het stuk is gebaseerd op een oude Volksmelodie melodie die Lindberg in zijn kinderjaren in de kerk van zijn geboorteplaats hoorde. Deze melodie, gezongen door de priester met luide stem, maakt zo’n grote indruk op de jonge Oskar dat hij er in 1936 dit stuk over schreef. Het karakter is donker en melancholisch, typerend voor de Zweedse volksmuziek.
Na donker komt licht, een improvisatie over ‘o Christus die de zonne zijt’. Na deze improvisatie keren we terug naar Scandinavië, naar Denemarken, met het meditatieve Adagio uit het werk ‘Kirkeruder’ (kerkramen) van Leif Kayser. In het pedaal klinkt een (licht-gemodificeerde) versie van ‘Nun bitten wir den heiligen Geist’, begeleid door golvende polyritmiek. Het programma wordt besloten met ‘Acclamations’ uit de ‘Suite Médievale’ van de franse componist Jean Langlais. Als thema gebruikt Langlais de Latijnse lofzang ‘Christus vincit! Christus regnat! Christus imperat! (Christus overwint! Christus regeert! Christus heerst!) Hierbij wordt voor een groot deel op vol werk gespeeld. Kortom: een en al lofprijzing!
