20 augustus, 12.00 uur

Luc Budding

Luc Budding woont in Zetten. Hij kreeg op 6-jarige leeftijd de eerste orgellessen bij Maarten van Dijk in Opheusden. Na 6 jaar, toen Luc 12 was, maakte hij een overstap naar een andere organist namelijk: Gerben Budding, van wie hij nu ook nog steeds les heeft in Achterberg en Gouda. Door de bekende organist Martin Mans werd hij zo geraakt door het orgel dat hij ook op les wilde en met wie hij nu ook nog verschillende concerten verzorgd. Luc is kerkorganist van de Hervormde Kerk te Zetten. Luc heeft interesse in verschillende muziekstijlen zoals Franse romantiek, Duitse barok en moderne muziek.

Hugo Distler (1908 – 1942)

Uit: 30 Spielstücke für die Kleinorgel. Op. 18/1

Variationen: ‘Wo Gott zu Haus nicht gibt sein Gunst’

Uit: Orgelsonate, Op. 18/2

Rasche, energische Halbe

 

Hoofdorgel

Dietrich Buxtehude (1637-1707)

Preludium in C, BuxWV 137

Johann Sebastian Bach (1685 – 1750)

Concerto nach Vivaldi in a-moll, BWV 593

  • Ohne Bezeichnung
  • Adagio
  • Allegro

Uit: Orgelbüchlein

Herr Gott nun schleuß den Himmel auf, BWV 617

Eugène Gigout (1844 – 1925)

Uit: Dix pièces pour orgue

  • Scherzo
  • Toccata

Toelichting

Het eerste stuk van Distler is “Wo gott zu Haus nit gibt sein Gunst”. Een stuk met 5 vrije variaties over dat lied. “Wo Gott zu Haus” is een parafrase van Psalm 127. Allebei benadrukken ze dat menselijke inspanning zinloos is zonder Gods zegen.  Het tweede stuk op het koororgel is een trio, die uit de orgelsonate van Hugo Distler komt. Het stuk bevat een thema wat zich het hele stuk door in handen en voeten herhaald. Opvallend zijn de vele repeterende noten. Op het hoofdorgel klinkt een werk van de Deens-Duitse componist Dietrich Buxtehude. Het heet Praeludium in C-dur, maar bestaat eigenlijk uit drie delen: een Preludium, een Fuga en een Ciacona. Het Preludium start met een pedaalsolo en loopt daarna over in een Fuga. Dan begint de Ciacona met een heel eigen thema. De Ciacona lijkt op een Fuga, maar in een Fuga wordt het thema ook in de handen gespeeld. Bij een Ciacona blijft het motief echter alleen in de bas. Het Concerto van Johann Sebastian Bach is opvallend genoeg niet van Bach, maar van Antonio Vivaldi. Daarom staat er ook “nach Vivaldi”. Het stuk is eigenlijk geschreven voor 2 violen, strijkers en continuo. Bach heeft het bewerkt voor orgel. Bij de bewerking van Johann Sebastian Bach over het werk “Herr Gott nun schleuß den Himmel auf” wordt er bijzonder gebruik gemaakt van de motiefjes die de handen en de voeten spelen. Met de rechterhand wordt de hemel uitgebeeld en tegelijkertijd ook de melodie gespeeld. Met de linkerhand en het pedaal worden de lopende en dragende voeten uitgebeeld die naar de hemel willen gaan. De tekst is een bewerking van de lofzang van Simeon. Uit de “Dix Pièces” van Eugène Gigout wordt 4e en het 8e stuk ten gehore gebracht. Het 4e stuk is de Toccata en het 8e stuk is het Scherzo. Scherzo betekent: “grap” en het is ook een kort maar krachtig stukje opgewekte muziek.  De toccata begint daarentegen heel serieus en “groeit” van een paar zachtere fluiten uit tot het volle werk.

Dit concert is vrij toegankelijk met een entreekaartje voor de kerk, Museumkaart, Rotterdampas, VIP-kaart of Vriendenpas Sint-Jan.

alle concerten & evenementen