.
Herstel fundering van toren Goudse Sint-Jan
Vanaf februari 2026 wordt de fundering van de toren van de Goudse Sint-Janskerk hersteld. Al jarenlang zakt de toren langzaam van de kerk af, waardoor er scheuren in de kerk ontstaan. Met het herstel van de fundering zorgen Protestantse Kerk Gouda en gemeente Gouda met steun van Provincie Zuid-Holland dat dit belangrijke monument bewaard blijft.
In 2023 besloten Protestantse Kerk Gouda, eigenaar van de kerk en toren, en gemeente Gouda, verantwoordelijk voor het bovenste deel van de toren, dat funderingsherstel noodzakelijk is. Bij het herstel worden 35 schroefinjectiepalen schuin door en onder de bestaande fundatie geboord. De palen komen in dezelfde zandlaag als de fundering van de kerk, waardoor deze voortaan gelijkmatig zal zakken.
De scheuren in de kerk waren voor het publiek goed zichtbaar tijdens Gouda750, toen het dak van de kerk beklommen kon worden. De opbrengsten hiervan zijn nu een deel van de financiering van het project. De totale kosten zijn circa 1,4 miljoen euro, dit wordt gefinancierd door Protestantse Kerk Gouda, Provincie Zuid-Holland en gemeente Gouda.
Het project zal enkele maanden duren en er wordt weinig overlast verwacht door de gekozen techniek. Er zal archeologisch onderzoek plaatsvinden. Tijdens de werkzaamheden blijft de Sint-Jan geopend, met een tijdelijke ingang naast de toren.
Op dinsdag 13 januari is in de Sint-Jan gelegenheid om meer informatie te krijgen over het project en vragen te stellen aan het projectteam van 16:00 – 17:00 uur en van 19:00-20:30 uur, entree via de toren.
Geschiedenis toren Sint-Jan
In de huidige toren zijn drie verschillende delen terug te vinden. De eerste vrij kleine, stompe en uit baksteen opgetrokken toren wordt waarschijnlijk rond 1350 tegen de tot parochiekerk uitgegroeide kapel aangebouwd. Begin vijftiende eeuw worden er twee nieuwe bakstenen geledingen aan de toren toegevoegd. Omdat de parochiekerk langzaam in lengte, breedte en hoogte toeneemt, groeit de toren mee. Rond 1599 worden er plannen gemaakt om een derde laag aan te brengen. Door de verhoging van het koor en het schip past de hoogte van de toren niet meer bij het geheel van de kerk. De binnenkant van de toren wordt gelijktijdig voorzien van een stevige houten constructie, om het gewicht van de luidklokken en het carillon te dragen. Voor de bovenkant gebruikt men de oude balustrade. Een klein stukje van de baksteenlaag wordt afgebroken, om zo de overgang te maken naar het nieuwe gedeelte, dat van zandsteen is. Het project wordt in 1606 afgesloten, de toren ziet er dan uit zoals we hem vandaag de dag zien.